Viswaterbeheer

Als visrechthebbende is een hengelsportvereniging verantwoordelijk voor het beheer van de visstand, zij dient te zorgen voor een doelmatige bevissing. Onder doelmatige bevissing verstaat men dat er op een duurzame manier met de visstand wordt omgegaan. Het doodvissen van een water is dus niet doelmatig en dat kost de visrechthebbende zijn visrechten. Vanzelfsprekend stemt een hengelsportvereniging het beheer van het water af op de wensen van haar leden. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de ecologische mogelijkheden en natuurwaarden. Men spreekt dan van integraal viswaterbeheer.

 
  Viswaterbeheer van de HVC
 - Waterbemonstering
 - Hengelvangstregistratie
 - Inventarisatie van waterplanten
 - Inventarisatie van waterdiertjes
 -

De mogelijkheden van een hengelsportvereniging die het visrecht huurt zijn echter beperkt:

Allereerst moet je natuurlijk weten welke viswateren je hebt en hoe groot ze zijn.

Download AutoCAD 14 DXF-file met het oppervlakte water in Castricum (ZIP-file 0,40 MB).

Download blanco inventarisatielijsten (ZIP-file 0,34 MB met PDF-bestanden).

De visie van de hengelsportvereniging ten aanzien van de visstand legt men vast in een beheerplan.

Download het beheersrapport voor de vijver Hendriksveld (0,68 MB).

Download het beheersrapport van het Meertje van Vogelenzang (0,73 MB).

De mogelijkheden voor de visstand zijn voor het grootste deel afhankelijk van milieuomstandigheden zoals de waterkwaliteit, de inrichting van het viswater, begroeiing en het voedselaanbod. En dat alles heeft de hengelsportvereniging natuurlijk niet in de hand. De waterkwaliteit wordt vaak negatief beïnvloedt door de aanwezigheid van een dikke baggerlaag (achterstallig onderhoud) of door lozing van vervuild water. Ook in een stedelijke omgeving treden vuilwaterlozingen op wanneer tijdens een zware onweersbui de riolen via een nooduitlaat hun overtollige water in de sierwateren storten. Soms zijn de sierwateren omgeven door struiken en hoge bomen wat in de herfst een grote hoeveelheid rottend blad in het water oplevert met als gevolg een snel aangroeiende baggerlaag. Tijdens de eerste de beste vorstperiode zal dan al een vissterfte op kunnen treden omdat de rottende baggerlaag alle zuurstof die onder het ijs zit opgebruikt en de vissen stikken. Dit soort vissterfte noemt men een wintersterfte. In een extreem geval kunnen er zoveel bomen om het water staan dat een groot deel van het water in de schaduw ligt. In dat geval is het water wel glashelder maar geldt tevens de stelregel: GEEN LICHT > GEEN LEVEN.

Om iets zinnigs over het water en de levenskansen voor vis te kunnen zeggen, moet de vereniging dus inzicht hebben in het watermilieu. Hiertoe vinden inventarisaties plaats die door de Commissie Water- en Visstandbeheer van de vereniging worden uitgevoerd.

Deze inventarisaties zijn:

 

Waterbemonstering

Het leven onder water is gebaat bij een goede waterkwaliteit. De belangrijkste parameter is het zuurstofgehalte. Als het zuurstofgehalte lager is dan 3,0 mg/liter zal er sterfte optreden. Hierbij gaan de grootste vissen als eerste dood omdat die in verhouding met hun lichaamsgewicht minder kieuwoppervlak hebben. Ook viseitjes en visbroed zijn erg gevoelig voor een laag zuurstofgehalte.  Verder is de ene vissoort gevoeliger voor het zuurstofgehalte dan de andere. De snoekbaars gaat dood bij een zuurstofgehalte van 3,5 mg/liter terwijl de zeelt het het langste uithoudt. Zeelten kunnen het dikwijls overleven in wateren waar andere vissoorten door zuurstofgebrek sterven (een voorbeeld hiervan is de vijver aan de Wederik). De zeelt kan tijdens een hittegolf en ook wanneer het water kouder wordt dan 4°C in een soort slaaptoestand raken waarin hij nauwelijks zuurstof gebruikt. Helaas beschikken andere vissen niet over zo'n overlevingstactiek.

Januari 1996: Wintersterfte in de vijvers

Naar aanleiding van deze wintersterfte is de baggerdikte (pdf-file 0,15 MB), in een aantal vijvers geïnventariseerd.

Om inzicht op de overlevingskansen van vissen te krijgen, bemonsteren hengelsportverenigingen sinds de jaren zeventig  hun viswater maandelijks op het zuurstofgehalte. Uit het verloop van het zuurstofgehalte blijkt duidelijk of het zinvol is om pootvis in het betreffende water uit te zetten. Naarmate de watertemperatuur hoger wordt kan er minder zuurstof in het water oplossen. Daarom beoordeelt men de waterkwaliteit op basis van de zuurstofverzadiging. De verzadiging is de verhouding tussen het gemeten zuurstofgehalte en het gehalte dat, bij de betreffende watertemperatuur, maximaal in het water opgelost kan zijn. In gezond viswater ligt het verzadigingspercentage tussen 80% en 120%. 
HengelsportVereniging Castricum voert maandelijkse waterbemonstering uit op de volgende wateren:

Bekijk de grafieken met de waterbemonstering over 2004.

De verzamelde gegevens zijn ook voor u beschikbaar als dBase IV databases. Deze kunt u downloaden door met de rechter muisknop op de volgende link te klikken en vervolgens voor "Doel opslaan als..." te kiezen.

Download de waterbemonstering  HSVCASTRICUM.ZIP (94 kB). Bijgewerkt tot en met 1 november 2005.

Ook hebben we voor u de bemonstering van Limmen en Akersloot.

Voor de invoer en verwerking van de maandelijkse waterbemonstering op het zuurstofgehalte heeft de secretaris van HengelsportVereniging Castricum het computerprogramma Winwater ontwikkeld. Dit programma is verkrijgbaar bij de NVVS. Om een indruk te krijgen van dit programma kunt u de Handleiding (0,3 MB) downloaden.

Download het programma Winwater  WINWATER.ZIP (4,6 MB).

Hengelvangstregistratie

Hengelvangstregistratie is vooral zinvol om te kijken welke vissoorten er in een water voorkomen. Vissen zijn een belangrijke indicator van het watermileu en hun aan- of afwezigheid zegt veel over het ecosysteem. Met name de kleine vissoorten, die niet of nauwelijks met de hengel zijn te vangen, zijn hiervoor van belang.

In Castricum zien we de volgende ontwikkelingen:
De zonnebaars Lepomis gibbosus.
Een vreemde snuiter in het Castricumse water: in 1996 werden er in de vijver aan de Helmkade met de hengel af en toe zonnebaarsjes gevangen. Deze verwilderde aquariumvis komt op meerdere plaatsen in Nederland voor. Tussen 1971 en 1995 zijn er in totaal 86 waarnemingen in Nederland bekend. Uit de Helmkade lijken ze nu weer even plotseling verdwenen als dat ze er in 1996 opdoken. Mocht u toch nog eens een zonnebaarsje vangen meldt dat dan bij ons.

 

Inventarisatie van waterplanten

Waterplanten zijn van belang voor de vissen omdat:

  1. Ondergedoken planten zuurstof aan het water afgeven en vervuiling opnemen.
  2. De meeste vissen hun eitjes op waterplanten afzetten.
  3. De jonge visjes zich in de waterplanten kunnen verschuilen tegen hun vijanden.
  4. Waterplanten onderdak bieden aan waterdiertjes waarvan de vissen leven.
Vissoorten als ruisvoorn, zeelt en snoek kunnen zich zonder waterplanten niet handhaven!

 

Het gedoornd hoornblad  Cerathophyllum demersum
Vollediger dan welke andere plant ook is hoornblad aangepast aan het leven onder water. Deze plant bloeit zelfs onder water! Wortels ontbreken. De stengel zweeft los in het water en is al of niet door omlaag groeiende zijstengels in de bodem verankerd.

Laat in het jaar vormen zich gedrongen zijstengels met dicht opeen staande bladeren. Deze spruiten zijn de winterknoppen die naar de bodem zinken en daar overwinteren.
Ze groeien in betrekkelijk kleine wateren zoals sloten en poelen. Vergeleken met de meeste andere waterplanten is het hoornblad een uitgesproken schaduwplant: directe bestraling door de zon verdraagt het niet. In overmatig voedselrijke of anderszins gestoorde omstandigheden vermeerdert het hoornblad zich soms explosief. Met een tamelijk geringe hoeveelheid licht groeien deze planten snel en assimileren daarbij veel kooldioxide , dat ze uit het carbonaat in het water halen. Het water wordt daardoor basischer en de calcium- en magnesiumzouten slaan neer op de planten die daardoor met een kalkachtige korst worden bedekt. In de fijne bladeren wordt ook veel zweefvuil vast gehouden. De zuurstof en de beschutting die het hoornblad biedt komen ten goede aan het broed van vissen en andere waterdieren. Ook met het opnemen van het voor veel organismen schadelijke ammoniak uit het water is het gunstig voor de waterfauna. Het is dus een ideale plant voor in uw tuinvijvertje: maar pas op voor te veel hoornblad want dan kan het zuurstofgehalte 's-nachts kelderen en zit u in de vroege ochtend toch met dode vis.
Gedoornd hoornblad is een kosmopoliet en past dus ook in een tropisch aquarium.

In de vijver aan de Walstro groeide het gedoornd hoornblad zo uitbundig dat vissen er onmogelijk was. Daarom zijn er daar graskarpers uitgezet. De graskarpers vervullen hun taak naar behoren en het heinen van die vijver is nu niet meer nodig.

 

Inventarisatie van waterdiertjes

Waterdiertjes of macrofauna vormen het voedsel van de vissen. In stadswateren zonder plantengroei is het vaak droevig gesteld met de aanwezigheid van de wat grotere waterdiertjes zoals poelslakken en rugzwemmers. Met als gevolg dat de vissen klein van formaat blijven en in slechte conditie zijn. In dat soort wateren moeten de vissen het vooral van watervlooien en muggelarven hebben.

De poelslak
   

De rugzwemmer of bootsmannetje
   

De larve van de eendagsvlieg

 

   

De zwanenmossel

 

   

 

De watervlo

 

   

 

De rode muggelarve

 

Meer algemene informatie over water vindt u bij de Stichting Toepast Onderzoek Waterbeheer.

Waterkwalteitsgegevens vindt u op de site Waterfeiten van het hoogheemraadschap.